zondag 22 maart 2009

OSI


Het OSI model is een referentie model dat de meeste IT-professionals gebruiken om te beschrijven netwerken en netwerk toepassingen.

Het OSI model was oorspronkelijk bedoeld om een complete set van de productie netwerk protocollen, maar de kosten en complexiteit van de regering processen die betrokken zijn bij de vaststelling van het OSI-netwerk voor het project niet levensvatbaar. In de tijd dat de OSI-ontwerpers gebruikte argument over wie verantwoordelijk zou zijn voor wat, TCP / IP veroverde de wereld.

  • De zeven lagen van het OSI model :-

Zeven laag van het OSI model
De Application Layer van het OSI-model is verantwoordelijk voor de eind-gebruiker, zoals bestanden, elektronische berichten, e-mail, virtuele terminal toegang, en netwerkbeheer. Dit is de laag die de gebruiker.


Zes laag van het OSI model
De presentatie laag van het OSI-model is verantwoordelijk voor het definiƫren van de syntax die twee netwerk hosts gebruiken om te communiceren. Encryptie en compressie moet Presentatie Layer functies.


Vijf laag van het OSI model
De zitting laag van het OSI-model is verantwoordelijk voor de vaststelling van proces-naar-proces commnunications tussen genetwerkte hosts.


Vier laag van het OSI model
De Transport Layer van het OSI-model is verantwoordelijk voor het aanleveren van berichten tussen genetwerkte hosts. De Transport Layer moet verantwoordelijk zijn voor versnippering en herbouw.


Drie lagen van het OSI model
Het netwerk laag van het OSI-model is verantwoordelijk voor de vaststelling van paden voor de overdracht van gegevens via het netwerk. Routers opereren op de netwerklaag.


Twee lagen van het OSI model
De Data Link Layer van het OSI-model is verantwoordelijk voor de communicatie tussen aangrenzende netwerk nodes. Hubs en switches werken bij de Data Link Layer.


Een laag van het OSI model
De fysieke laag van het OSI-model is verantwoordelijk voor bit-niveau tussen netwerk nodes. De fysieke laag definieert objecten zoals: connector types, kabel types, spanning, en pin-outs.

vrijdag 13 maart 2009

IPv6

IPv6:

IPv6 (Internet Protocol versie 6) bestaat uit een verzameling protocollen met behulp waarvan computers informatie via internet en via thuis- en bedrijfsnetwerken kunnen uitwisselen. Bij IPv6 kunnen veel meer IP-adressen worden toegewezen dan bij IPv4 mogelijk was. IPv6 wordt ondersteund in deze versie van Windows.
Een IPv6 bestaat uit acht groepen van hexadecimale tekens (de cijfers 0–9 en de letters A–H) van elkaar gescheiden met een dubbele punt—bijvoorbeeld 3ffe:ffff:0000:2f3b:02aa:00ff:fe28:9c5a. De voorloopnullen in een sectie kunnen worden weggelaten—bijvoorbeeld 3ffe:ffff:0:2f3b:2aa:ff:fe28:9c5a.
Twee opeenvolgende dubbele punten geven aan dat een gedeelte van het adres dat alleen uit nullen bestaat is weggelaten. Hierdoor kan het adres worden verkort. Zo kan het volgende IPv6-adres: fe80:0:0:0:2aa:ff:fe9a:4ca2 als volgt worden geschreven: fe80::2aa:ff:fe9a:4ca2.

IP adressen


Protocol

Een standaardset van indelingen en procedures met behulp waarvan computers informatie kunnen uitwisselen.

IP-adres

Dit is een afkorting voor Internet Protocol-adres. Een IP-adres identificeert een computer die is verbonden met internet of een netwerk. Een IP-adres bestaat normaal gesproken uit vier groepen cijfers die worden gescheiden door punten, bijvoorbeeld 192.200.44.69.

TCP (Transmission Control Protocol)

Het protocol binnen TCP/IP dat ervoor zorgt dat gegevensberichten worden opgesplitst in pakketten die worden verzonden via IP. Dit protocol zorgt er tevens voor dat pakketten die worden ontvangen via IP weer worden samengevoegd tot volledige berichten en dat deze berichten worden geverifieerd.

TCP/IP (Transmission Control Protocol/Internet Protocol)

Een set regels, netwerkprotocollen genoemd, waarvan computers gebruikmaken om informatie uit te wisselen via internet en thuis- en bedrijfsnetwerken. TCP/IP bevat standaards voor de manier waarop computers communiceren en conventies voor het verbinden van netwerken.

ICMP (Internet Control Message Protocol)

ICMP (Internet Control Message Protocol) is een TCP/IP -protocol waarmee computers in een netwerk fout- en statusinformatie kunnen delen. ICMP wordt vaak gebruikt voor het oplossen van problemen—bij het hulpprogramma Ping wordt ICMP bijvoorbeeld gebruikt voor het oplossen van problemen met TCP/IP.
Als u de ICMP-instellingen wilt wijzigen, opent u Windows Firewall met geavanceerde beveiliging.


IPSec:
(Regels die computers volgen om ervoor te zorgen dat de communicatie via IP-netwerken (Internet Protocol) veilig en besloten is. Hierbij wordt gebruikgemaakt van cryptografische beveiligingsservices. )
IPSec (Internet Protocol security) bestaat uit een verzameling protocollen die gegevens helpen beschermen die via een netwerk worden verzonden met behulp van beveiligingsservices en digitale certificaten met openbare en persoonlijke sleutels. (Door middel van een digitaal certificaat wordt een openbare sleutel aan een persoon, een bedrijf of een website toegewezen.)
Het uitgekiende ontwerp van IPSec maakt een veel betere beveiliging mogelijk dan eerdere beveiligingsmethoden. Netwerkbeheerders die er gebruik van maken, hoeven de beveiligingsinstellingen niet voor elk programma afzonderlijk te configureren.


FTP:

FTP (File Transfer Protocol) is een protocol dat wordt gebruikt om bestanden via internet over te brengen. Doorgaans gebruiken mensen FTP om bestanden beschikbaar te stellen zodat anderen deze kunnen downloaden, maar u kunt via FTP ook webpagina's uploaden voor het bouwen van een website of digitale foto's uploaden naar een site voor het delen van foto's.

U start FTP in Internet Explorer door het FTP-adres op de adresbalk te typen of door op een FTP-koppeling op een webpagina te klikken. Als u op een koppeling klikt, wordt gevraagd of u het bestand wilt opslaan of openen. (Als u een andere webbrowser gebruikt, volgt u de instructies die bij de browser in kwestie zijn geleverd.)
FTP-adressen beginnen niet met 'http://', maar met 'ftp://'. Als u bijvoorbeeld naar de FTP-website van Microsoft wilt gaan, typt u ftp://ftp.microsoft.com en drukt u vervolgens op ENTER.

(HTTP) Hypertext Transfer Protocol
Een standaardset regels die computers gebruiken om gegevens over te brengen via internet.

UDP (User Datagram Protocol)

Een transportprotocol zonder verbindingen in de TCP/IP-protocolstack dat wordt gebruikt in gevallen waarbij enig pakketverlies acceptabel is, bijvoorbeeld bij digitale mediastreams.

SNMP:

Simple Network Management Protocol (SNMP) is een protocol dat wordt gebruikt om complexe TCP/IP-netwerken te beheren. Met SNMP kunnen Administrators netwerkcomputers beheren en configureren vanaf een centrale computer en hoeven ze geen netwerkbeheersoftware te gebruiken. Ze kunnen SNMP ook gebruiken om netwerkprestaties te controleren, netwerkproblemen te detecteren en bij te houden wie er gebruikmaakt van een netwerk en hoe dit gebeurt.Ga naar Simple Network Management Protocol op de MSDN-website om meer te weten te komen over SNMP of voor informatie over de installatie en het gebruik .


(POP3)Post Office Protocol

Een door computers gebruikte standaardmethode voor het verzenden en ontvangen van e‑mailberichten. POP3-berichten worden normaal gesproken bewaard op een e‑mailserver totdat u ze downloadt op uw computer. Vervolgens worden ze van de server verwijderd. Voor andere e‑mailprotocols, zoals IMAP, geldt dat e‑mailberichten op de server worden bewaard totdat u ze verwijderd.


(PPPoE)Point-to-Point Protocol over Ethernet

Een methode om computers in een Ethernet-netwerk te verbinden met internet via een breedbandverbinding (DSL of kabel). In tegenstelling tot standaard breedbandverbindingen zijn voor PPPoE-verbindingen een gebruikersnaam en wachtwoord vereist.

(RDP)Remote Desktop Protocol

Een standaardset met communicatieregels voor computers waarmee u uw computer kunt verbinden met een computer die zich op een andere locatie bevindt


(IMAP)Internet Message Access Protocol

Een door computers gebruikte methode voor het verzenden en ontvangen van e‑mailberichten. Hiermee hebt u toegang tot e‑mail zonder dat u deze naar uw computer hoeft te downloaden.

vrijdag 6 maart 2009

Bekabeling



Er zijn verschillende types bekabeling. We bespreken kort de volgende:

  • twisted pair cable


  • coaxial of coax


  • fiber optic (FO) of glasvezel


  • draadloos.







Twisted-Pair Cable






Er zijn twee types:



  1. Unshielded twisted pair of de afkorting (UTP)


Indoor, unshielded
• UTP solid, 4 pairs, cat. 6
• UTP stranded (patch), 4 pairs, cat. 6
• UTP solid, 4 pairs, cat. 6 LSZH
• UTP solid, 4 pairs, cat. 6 Plenum
• UTP solid 1 pair, cat. 5e, cross
• UTP solid, 4 pairs, cat. 5e
• UTP solid, 4 pairs, cat. 5e LSZH
• UTP solid, 4 pairs, cat. 5e Plenum
• UTP stranded (patch), 1 pair, cat. 5e
• UTP stranded (patch), 2 pairs, cat. 5e
• UTP stranded (patch), 4 pairs, cat. 5e
• UTP solid, 2 pairs, cat. 5
• UTP solid, 10/25/50/100 pairs, cat. 3
• UTP solid, 25/50/100 pairs, cat. 5
• UTP solid, 12/16/24/48/100 pairs, cat. 5
• UTP solid, 8/10/12/16 pairs, ca




  1. shielded twisted pair of de afkorting (STP)

>>>volgende keer

Netwerktypen

1-Sternetwerk




Sternetwerken zijn anders als de netwerken die ik hiervoor beschreven heb






. Sternetwerken maken gebruik van een centrale server of HUB. Dit betekend dus dat alle pc's die in het netwerk betrokken zijn afhankelijk zijn van die ene server of HUB. Een groot voordeel van een sternetwerk echter is dat, mits alles goed ingesteld staat, het precies zo werkt als een busnetwerk (alleen dan met een tussenliggend medium erbij), alleen heeft het niet zoveel datastream over een kabel omdat de data precies naar die pc (die een afzonderlijke kabel heeft) gaat die het nodig heeft.




2-Ringnetwerk:




Een ander soort netwerk is een ringnetwerk. Een ringnetwerk bestaat uit pc's die aan elkaar gekoppeld zijn tot ze een ring vormen. Een pc heeft alleen verbinding met de pc's naast hem en de datastream gaat allemaal dezelfde kant op.

Een groot voordeel van een ringnetwerk is dat alle pc's de informatie ontvangen, dit is bijvoorbeeld erg handig op een bepaalde afdeling van een bedrijf. Een groot nadeel van een ringnetwerk is dat als er een pc uitvalt, het gehele netwerk niet meer werkt. Het is dus niet erg handig om te werken met een ringnetwerk, toch is het wel handig als je niet teveel snoeren wilt hebben, en het is als je snelle pc's hebt ongelofelijk lag-ongevoelig, omdat de data-stream maar een kant op gaat, dit kan er overigens wel voor zorgen dat het erg lang kan duren om informatie naar de pc links van je te versturen als de data-stream rechtsom gaat.


3-Busnetwerk:
Een busnetwerk is een koppeling tussen computers. Deze zijn bij een buskoppeling op een speciale manier met elkaar verbonden. Bij een busnetwerk is er een hoofdkabel waar alle pc's op aangesloten zijn.
Een groot voordeel van een busnetwerk is dat je geen (krachtige) centrale server nodig hebt. Elke pc kent de ip-adressen van de andere pc's die op het busnetwerk aangesloten zitten. Je kunt het goed zijn op het bovenstaande plaatje. Stel dat pc A een bericht verstuurd naar pc F. Zodra F het bericht ontvangen heeft replyed hij dit met een bericht van ontvangst. Zo heb je dus geen tussenliggend medium nodig.
Een groot nadeel echter is dat alle data-stream via een kabel gaat, waardoor je last kunt krijgen van een hoge ping (dit betekent dat er veel lag is, dus dat het relatief langer duurt voordat alle informatie er is). Bij een netwerk met een server heb je dit probleem echter niet, elke computer alleen maar een verbinding heeft met de server, per pc een aparte kabel. Nadeel daarvan echter is dat hoe meer pc je hebt, hoe krachtiger je server moet zijn.


--------------------------
--------------------------

  • de HUB

Een HUB is niets anders dan een kastje dat alle data naar de juiste pc stuurt. Alle kabels die bij het netwerk horen zijn verbonden met een de HUB. Het is bij een netwerk met een HUB niet erg als de server uitvalt, door de HUB kunnen de andere pc's nog altijd met elkaar communiceren. Een HUB is dus een groot voordeel voor een netwerk. Een HUB kan eigenlijk alleen bij een sternetwerk werken, omdat het eigenlijk een deel van de server vervangt, waardoor je een sneller netwerk krijgt. Dit is een voorbeeld van een HUB. Ze zijn er in veel verschillende soorten en maten. Zo heb je HUBs waar 4 kabels in kunnen, maar ook supergrote die wel meer dan 50 kabels kunnen hebben. Ook de snelheid kan verschillen. Je hebt ze van 10 Mbit per seconde tot 100 Mbit per seconde. 8 Mbit staat gelijk aan 1 MB.
Een groot voordeel van een HUB is dat een pc niet constant hoeft aan te staan om als server te fungeren. Met een HUB heb je dit probleem opgelost. Zo is het dus makkelijk als je iets wilt uitprinten via een pc die op een printer aangesloten staat dat je niet eerst de server aan hoeft te doen maar rechtstreeks contact kunt maken met de desbetreffende pc die aangesloten is aan een printer.
Kortom, wil je dus thuis een netwerk aanleggen en wil je dat alle pc's op het internet kunnen zonder dat de server aanstaat (als je tenminste een externe modem hebt zoals bij kabel), koop dan een HUB.

  • Peer-2-Peer

Peer-2-Peer is een oude uitvinding in een nieuw jasje gestoken. Zo'n 30 jaar geleden werd er al gebruik gemaaakt van peer-2-peer. Nu heeft men het verbeterd en er wordt nu onbewust door miljoenen mensen gebruik van gemaakt.

google ads

IQ test

IQ Test
Free-IQTest.net - IQ Test

Winaltijd

ProPaideMail E-mailPaysU